adventsster Charles Eijck 1963




Verhalen in de Advent

                                          2018


Het woord Advent komt van het Latijns adventus, dat betekent "komst".
In de advent wachten we op de komst, de geboorte van Jezus. Dat doen we door middel van verhalen. Elke week een ander verhaal.

Het eerste verhaal wordt in de viering van de 1e advent verteld, de andere verhalen tijdens de kinderwoorddienst.











2e adventszondag
                                                                                            Tel je mee?

Op weg naar Bethlehem

heraut Op het marktplein staat een man.
Hij komt van de keizer, dat kun je zien aan zijn kleren.
Op een paard rijdt hij door het land. Hij vertelt de mensen wat de keizer heeft bedacht.
‘Attentie, attentie!’ roept de man. ‘Attentie, attentie!’
De mensen komen uit hun huizen om naar hem te luisteren.
‘Ahum,’ begint de man deftig. ‘Ahum, a-hhhum.
De keizer wil weten hoeveel mensen er in zijn land wonen.
Ze moeten allemaal geteld worden.
Iedereen moet naar de stad gaan waar zijn familie vandaan komt.
Daar wordt je naam opgeschreven.
Dit is een bevel van de keizer. ‘Zo zal het gaan!’
Als de man alles verteld heeft, stapt hij weer op zijn paard. Hij gaat naar de volgende stad.

Jozef en Maria staan ook op het plein.
‘We moeten op reis,’ zegt Jozef. ‘Mijn familie komt uit Bethlehem.
Daar moeten we naartoe.’
‘Bethlehem…’ zegt Maria. ‘Dat is wel ver weg.’
heraut Ze wrijft over haar dikke buik.
In haar buik groeit een kind.
Het is een bijzonder kind.
Een tijdje geleden is er een engel bij haar gekomen.
‘Je krijgt een kind van God,’ zei de engel.
‘Noem hem Jezus. Hij is de koning die al heel lang wordt verwacht.’
Nadat de engel bij haar geweest was, is Maria’s buik steeds dikker geworden.
Kan ze nu wel zo ver lopen? ‘We nemen een ezel mee,’ zegt Jozef. ‘Als je moe bent, kun je op de ezel gaan zitten.’
De volgende dag pakken Jozef en Maria een tas met spullen in.
Ze gaan op weg.
Op weg naar Bethlehem.



1e adventszondag
                                                                                          Verwachting


De wensboom

Bij de sportschool van Klaas van der Kracht is het elk jaar hetzelfde liedje. Elke jaar vraagt directeur Van der Kracht twee weken voor Kerstmis aan conciërge Henk: ‘Heb je nou al een kerstboom gekocht?’ Een half uur later komt Henk dan mopperend terug van het tuincentrum. ‘Wat is dat kreng zwaar,’ zegt hij dan. ‘En ze worden ook elk jaar duurder.’
Daarna begint het zoeken naar de kerstversiering. Henk weet altijd zeker dat hij het ergens heeft neergezet, meneer Van der Kracht kan zich dan niet herinneren dat hij het verplaatst heeft en na een tijd vinden ze de doos met ballen op een plek waar niemand het verwacht.
Dan gaat Henk versieren. ‘Je hangt die lampjes toch niet zo?’ vraagt meneer Van der Kracht altijd weer. ‘En die blauwe ballen moeten achteraan.’
Terwijl Henk de ballen dan goed hangt, vraagt hij altijd op een zeker moment: ‘Waarom hebben we eigenlijk een kerstboom met Kerstmis? Stond er soms een boom in de stal van het kindeke Jezus?’
‘Nee natuurlijk niet,’ antwoordt Klaas van der Kracht en dan legt hij elk jaar weer uit: ‘De kerstboom komt eigenlijk van de Germanen. Op de kortste dag van het jaar verbrandden zij altijd een naaldboom.’
‘Binnen?’
‘Nee, natuurlijk niet binnen. Toen de boom naar binnen kwam, deden ze er kaarsjes in. Zo werd de boom een teken van licht. En later werd dit verbonden met het kerstfeest, want dat is ook een feest van licht.’
‘O,’ zegt Henk dan, ‘zit dat zo!’
‘Ja, zo zit dat.’
Na veel gezucht en gemopper is de boom eindelijk klaar. ‘Toch wel weer mooi,’ brommen meneer Van der Kracht en Henk dan allebei.

kale kerstboom Maar dit jaar gaat het anders. Dit jaar hoeft Henk niet naar de kerstballen te zoeken en er hoeven ook geen lampjes in de boom. ‘Wij gaan dit jaar niet zomaar een kerstboom neerzetten,’ verklaart meneer Van der Kracht plechtig. ‘Wij maken een wensboom.’
‘Een wát?’
‘Een wensboom. Daar hangen geen lampjes en ballen in, maar goede wensen voor andere mensen en voor de wereld. Kijk!’ Meneer Van der Kracht haalt een rond stukje papier tevoorschijn, ongeveer even groot als een kerstbal. ‘Dit is een wensbal. Elke bezoeker van onze sportschool krijgt zo’n wensbal en schrijft er iets op.’
‘Maar lijkt het dan wel genoeg op een kerstboom?’
‘Zeker wel. Een kerst-wens-boom. Mooi toch?’

Zo gezegd, zo gedaan. Elke bezoeker krijgt bij binnenkomst een wensbal uitgereikt. Sommige mensen schrijven er iets op voor zichzelf: ‘Ik hoop op geluk en gezondheid.’ Anderen schrijven iets op voor familie of een vriend, en weer anderen schrijven hun wensen op voor wereldvrede en eerlijkheid. Zo groeit de boom tot een grote wensboom.
En als het kerst geweest is? Dan brengt Henk de boom weer weg. ‘Wat is dat kreng zwaar,’ moppert hij. ‘En ze worden ook elk jaar duurder.’
Want sommige dingen veranderen nooit.

kale kerstboom kale kerstboom
























Materiaal afkomstig van de scholenactie van de Stichting BVA