Allerzielen         2 november  
 

In 998 liet de abt van de abdij van Cluny na afloop van de vespers van Allerheiligen de klok luiden en de getijden van de doden bidden. Ook moesten alle priestermonniken van het klooster daags erna een heilige mis voor de overledenen opdragen. Dat was het begin van de jaarlijkse herdenking van de gestorvenen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog gaf Paus Benedictus XV aan priesters verlof om op Allerzielen drie heilige missen te lezen. Die gewoonte is gebleven tot aan het Tweede Vaticaans Concilie.
Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) werd de geloofsleer vastgelegd dat er een vagevuur is en dat de overleden gelovigen daar door de gelovigen op aarde kunnen worden geholpen.

vagevuur


Pesjonkelen
Sindsdien was het gebruik om speciale aflaten te verdienen door te bidden voor de gestorvenen. Daarvoor moest men bij ieder kerkbezoek zesmaal het Onze Vader, het Wees Gegroet en het Eer aan de Vader bidden. Daarmee kon men kwijtschelding krijgen van de straffen, die na de vergeving van de zonden zijn overgebleven. Die kwijtschelding kon men verdienen voor de gestorvenen, die op deze manier werden verlost uit het vagevuur. Op Allerzielen werd er gepesjonkeld: de gebeden werden opgezegd en daarna ging men even naar buiten (vaak om even een sigaretje te roken). Vervolgens ging men weer de kerk in om nogmaals te bidden.

Tegenwoordig wordt op Allerzielen een speciale viering gehouden voor de overleden parochianen van het laatste jaar.
 

bidprentje