Herstel van de bisschoppelijke hiŽrarchie in Nederland



In de 80-jarige oorlog verdween in de Nederlanden niet alleen de Spaanse overheersing maar ook de hiŽrarchie van de Rooms-katholieke Kerk. Vanaf 1583 mochten de katholieken hun geloof niet meer openlijk belijden en werden slechts tegen betaling door de autoriteiten getolereerd.
Pas nadat de Fransen (Napoleon Bonaparte) in 1795 de Nederlanden bezetten werd de vrijheid van godsdienst weer ingevoerd.

Na de liberale grondswetsherziening van 1848 werd het mogelijk de bisschoppelijke hiŽrarchie in Nederland te herstellen. Het daadwerkelijke herstel werd vastgelegd in de pauselijke bul Ex Qua Die van Paus Pius IX (4 maart 1853), waarmee in feite de Nederlandse kerkprovincie heropgericht werd.

Dit herstel van de bisschoppelijke hiŽrarchie leidde in 1853 tot heftige protesten van de Aprilbeweging.

Het zittende kabinet onder leiding van Thorbecke stelde een neutrale reactie voor op deze protesten. De scheiding van kerk en staat bepaalde namelijk dat de regering geen zeggenschap meer zou kunnen hebben over de wens van de katholieken om zich in bisdommen te organiseren. Toen Willem III in Amsterdam een anti-rooms-katholieke petitie kreeg aangeboden hield hij een gloedvolle rede en weigerde hij het standpunt van de regering uit te dragen. Omdat de koning niet bereid was terug te komen op zijn weigering trad het kabinet af
Maar ook het volgende kabinet (Van Hall) hield vast aan de grondwet. En hoewel koning Willem III tegen bleef werd de bisschoppelijk hiŽrarchie hersteld in 1853.


Joannes Zwijsen werd benoemd als aartsbisschop van de heropgerichte Nederlandse kerkprovincie. Daarop begon het herorganiseren van de Rooms-Katholieke Kerk in de vijf bisdommen: Utrecht, Haarlem, ís-Hertogenbosch, Breda en Roermond. Ter ere van Sint Willibrord werd de aartsbisschoppelijke zetel in Utrecht gevestigd.

In 1953 werd op feestelijke wijze het 100-jarige herstel van de kerkelijkle hiŽrarchie gevierd. Ondanks alle vreugde waren er ook zorgen. Na de 2e Wereldoorlog nam de ontkerkelijking toe, ondanks dat het aantal Katholieken nog steeds toenam. Met name in de regio Rotterdam was dit het geval en ook in het noorden van ons land vormden de katholieken een minderheid.
Op aandringen van de nuntius mgr. Paulo Giobbe besloot de Romeinse curie de kerkelijke indeling te wijzigen. Groningen, Friesland, Drenthe, de Noordoostpolder en Overijssel zouden een apart bisdom gaan vormen. Mgr. Alfrink van Utrecht verzette zich hevig, maar kreeg slechts gedeeltelijk zijn zin: Overijssel bleef bij het aartsbisdom Utrecht horen.

Pastoor Maureau pleitte er uitdrukkelijk voor om de St.Stephanusparochie in Meppel niet in te delen bij het toekomstige bisdom Groningen, maar Meppel bij het aartsbisdom Utrecht te laten. Maar ook hij kreeg zijn zin niet.
Roma Locuta Causa Finita (als Rome heeft gesproken is de zaak beslist) en op 2 februari 1956 werd het bisdom Groningen heropgericht.


 
De geschiedenis van het bisdom Groningen

klik hier
voor de geschiedenis van de bisdommen Groningen en Leeuwarden
1559 - 1594


klik hier
voor de geschiedenis van het bisdommen Groningen-Leeuwarden
vanaf 1956