Sacramentsdag:     Het Hoogfeest van het Heilig Sacrament



Op de 2e donderdag na Pinksteren viert de Rooms-Katholieke Kerk Sacramentsdag. In veel katholieke landen is dit een officiële vrije dag, maar in Nederland niet. Daarom wordt dit feest gevierd op de zondag erna.

Sacramentsdag is het feest van de Eucharistie, net zoals Witte Donderdag, de dag waarop we het Laatste Avondmaal dat Jezus vierde met zijn leerlingen herdenken. Maar op Witte Donderdag kan er geen feest zijn. Het is de vastentijd, een periode van boetedoening. En de volgende dag herdenken we het lijden en sterven van Christus.
Op het feest van het Heilig Sacrament ligt de nadruk vooral op het katholieke dogma van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de gedaanten van brood en wijn tijdens én na de viering van de eucharistie. De theologische term voor deze leer is transsubstantiatie.


Het ontstaan
Het feest van het Heilig Sacrament is ontstaan in Luik. De Augustines Juliana van het klooster van Mont Cornillon had visioenen. Zij vertelde dat Christus aan haar verschenen was en haar had opgedragen zich in te spannen voor de instelling van Sacramentsdag.
Robert van Thorote, de prins-bisschop van Luik, stelde in 1248 daarom dit feest in, in zijn bisdom.
In 1264 beval paus Urbanus IV, die aartsdiaken van datzelfde bisdom Luik was geweest, dat dit feest ‘Corpus Christi’ (Lichaam van Christus) geheten, in de gehele kerk gevierd moest worden.
Sacramentsdag groeide uit tot één van de belangrijkste en populairste feestdagen, met prachtige Sacramentsprocessies, waarbij de priester onder een baldakijn het Allerheiligste Sacrament (de heilige Hostie) in een monstrans door de straten van de parochie ronddroeg.




De sacramentsprocessie is in grote delen van Nederland lange tijd in onbruik geweest, onder andere door het processieverbod dat vanaf 1848 tot 1983 in de Nederlandse grondwet was vastgelegd. Alleen een processie op "eigen" terrein was toegestaan. Tegenwoordig worden de processies steeds vaker weer ingevoerd en gaat de processie weer uit (zoals de heet).


De oogcommunie
Het aanbidden van het heilig Sacrament wordt dan heel gebruikelijk. Dit neemt steeds mneer de plaats in van het te communie gaan. De mensen geloven dat het geconsacreerde brood en wijn zo heilig zijn, en de mens tegelijkertijd zo zondig, dat mensen niet meer te communie durven te gaan. Toch verlangen de mensen wel naar contact met God, naar een communie.
En daarom communiceert men geestelijk. De aanbidding wordt ook wel oogcommunie genoemd.
Het opheffen van brood en wijn bij de consecratie (dat kennen wij ook nog) wordt zo heel belangrijk. Wanneer de altaarschellen rinkelen, dan is het moment daar, dat de mensen tijdens de mis opkeken om geestelijk te communiceren.


In de paastijd te communie gaan
Het niet te communie gaan nam steeds grotere vormen aan, zo zeer zelfs, dat tijdens het 4e concilie van Lateranen de Paascommunie gecombineerd met de Paasbiecht (dus minstens 1x per jaar) verplicht werd gesteld.
Pas aan het begin 20e eeuw bevordert Paus Pius X veelvuldig communiceren, liefst iedere dag, maar in elk geval elke zondag Ook bepaalt hij dat kinderen vanaf 7 jaar te communie mogen gaan.